De voorgeschiedenis

Toen de tweede wereldoorlog in 1945 voorbij was, ging er een diepe zucht van opluchting door ons land. Veel was vernield, niet alleen materieel, maar ook geestelijk was er een aanslag gepleegd op onze samenleving en cultuur. Met harde hand had de bezetter geprobeerd alle sociale en culturele banden door te snijden en te vernietigen om in ruil daarvoor de nieuwe Arische opvattingen van het nazisme in de plaats te stellen. Dat ons volk daarvan niet gediend was, bleek uit het feit dat een groot deel van de culturele organisaties in de oorlogsjaren een slapend, onderhuids leven ging leiden, wachtend op betere tijden.

Het was daarom geen wonder dat direct na de bevrijding pogingen werden ondernomen om het culturele erfgoed nieuw leven in te blazen. Daarbij kwam, dat na alle ellende die men had doorgemaakt, de mensen een grote behoefte hadden zich weer in alle vrijheid te kunnen vermaken. Men wilde weer kunnen genieten van allerlei vormen van cultuur zoals film, toneel, muziek, sport, enz. De meest logische aanzet was het oppakken van vooroorlogse draden.

Het Bergse Operettegezelschap voert "Gräfin Mariza" uit.
Het Bergse Operettegezelschap voert "Gräfin Mariza" uit.

Iedere parochie kende voor de oorlog een rijk scala aan vormings- en ontspanningswerk, meestal geleid door de initiërende geestelijkheid en helpende vrijwilligers. Men kende koren, sportverenigingen, toneelclubs en vele andere vormen van vrijetijdsbesteding in de diverse parochiehuizen in Bergen op Zoom.

Zo’n voortrekker in het jeugdwerk van de parochie van de Martelaren van Gorcum was Kapelaan Piet Matthijssen, zelf muziek- en toneelliefhebber. Hij nam het initiatief om de vroegere kinderoperette weer op de planken te brengen. Hij formeerde daarvoor het Knapenkoor De Jongen Markiezen en de Zang- en Dansgroep De Jonkvrouwen van Glymes. Tekstschrijver en componist vond hij bij de Broeders van Huijbergen, met name in de persoon van Broeder Alfredus en Broeder Marcellus.

En zo stond met veel ijver en enthousiasme in 1946 in de Korenbeurs de eerste operette “Koning Isegrim” voor het voetlicht. Niemand had toen kunnen denken dat dit het fundament zou worden van de latere Bergse Operette Vereniging, de BOV. In 1947 volgde met veel succes “Jonker Lente” en in 1948 “Prinses Jose”. Kinderoperettes met een flinke bezetting, soli en koren en een bescheiden orkestbegeleiding. Matthijssen had de muzikale en produktieleiding. Assistenten waren in die jaren Hans Sterk, Henk Jordans en Hein Mol. Fons Gieles tekende voor de decors. Het succes was zo groot, dat men besloot verder te springen en in 1949-1950 kwam de eerste operetterevue met koren en scetches van o.a. Hans Sterk en Sjef de Graauw met meer inbreng van volwassenen. Het kreeg de naam “Het Bergs Operettegezelschap”.

In 1951 ging het doek op voor een lustrumrevue. Operetteliedjes en koren speelden in deze revue een grote rol. Het thema was: een reis langs vele landen. Jac Touw en  Nilles Huijgens waren de komische “Notenbalk”.

De Jonkvrouwen en het Mannenkoor Laus Deo vormden het koor. Zo kon het niet uitblijven dat onder de steunende leiding van Kapelaan Matthijssen in 1952 de eerste echte, grote operette “Der Vogelhändler” aan het Bergse publiek gepresenteerd werd. Misschien nog wat amateuristisch, maar de mensen kwamen kijken en genoten met volle teugen. Aangemoedigd door het succes kwam in 1953 “Gräfin Mariza” aan de beurt. Toen dreigde er een kink in de kabel te komen van de zo succesvolle operettestory. Er was sprake van dat de grote stimulator, leider, muzikant en dirigent Kapelaan Matthijssen zou worden overgeplaatst naar elders, wat in die tijd voor geestelijken gebruikelijk was. Hierdoor dreigde het met veel liefde en moeite opgebouwde operettegebouw ineen te storten bij gemis aan zijn grootste steunpilaar.

Het Bergse Operettegezelschap voert "Gräfin Mariza" uit.
Het Bergse Operettegezelschap voert "Gräfin Mariza" uit.

Een voorlopig bestuur onder leiding van Ad Asselbergs zette zich in voor het behoud van de operette door oprichting van de R.K. Bergse Operettevereniging op 8 februari 1954. Op 3 november 1954 kwam een nieuw definitief bestuur van de grond. Toine de Groot was voozitter, Korneel Slootmans secretaris en verder namen zitting: Jo Bennaars, Ferd Franken, Ad Verpalen en natuurlijk nog Kapelaan Piet Matthijssen als geestelijk adviseur. Toine de Groot werd vanaf nu de bezielende motor die de BOV zou gaan voorttrekken en tot grote hoogte zou brengen.

CONTACT

Stichting BOV
Postbus 507
4600 AM Bergen op Zoom
T 0164 - 23 56 80

Secretariaat: info@stichtingbov.nl
PR: pr@stichtingbov.nl
Sponsoring: sponsoring@stichtingbov.nl



Volg ons op: